Personaliseerbare bewegingszones gebruiken met bedrade en vaste Ring-apparaten

Met Personaliseerbare bewegingszones kun je een specifiek gebied definiëren dat het Ring-apparaat in de gaten moet houden. Alles buiten dat gebied wordt dan genegeerd. Door Bewegingszones in te stellen die het Ring-apparaat in de gaten moet houden, kun je het betreffende gebied effectief in de gaten houden en tegelijkertijd het aantal foutpositieve bewegingsmeldingen (bijvoorbeeld door langsrijdende auto's) beperken.

Op deze pagina leggen we uit hoe je bewegingszones instelt en krijg je tips om deze zones nog effectiever te maken.

Dit gedeelte gaat over het gebruik van personaliseerbare bewegingszones met de volgende producten:

  • Ring Video Doorbell Pro
  • Ring Video Doorbell Pro 2
  • Ring Video Doorbell Elite
  • Ring Video Doorbell Wired
  • Ring Spotlight Cam Mount/Wired
  • Ring Floodlight Cam
  • Stick Up Cam Wired/Elite

V3_Scene_1_Day__A_.jpg

Personaliseerbare bewegingszones instellen

  • Tik op de drie lijntjes linksboven in het scherm
  • Tik op Apparaten
  • Selecteer het apparaat dat je wilt aanpassen
  • Tik op Bewegingsinstellingen in het scherm met de afbeelding van het apparaat
  • Tik vervolgens op Bewegingszones aanpassen
  • Tik op Standaardzone en pas de zone aan door de punten van het gekleurde vak te verslepen
  • Tik op Gereed (je kunt tot 3 bewegingszones toevoegen)
  • Tik op Opslaan als je klaar bent

Gebruik de gevoeligheidsgraad voor bewegingssensoren onder de bewegingsinstellingen om de bewegingsgevoeligheid van minimaal naar maximaal aan te passen.

Zodra je de bewegingszones hebt getekend en de schuifregelaar voor bewegingsgevoeligheid hebt aangepast, worden de wijzigingen van kracht zodra het apparaat weer een beweging detecteert. Je kunt ook voor de camera gaan staan om een bewegingsgebeurtenis te activeren en zo de wijzigingen direct toe te passen.

Professionele tips: Haal het maximale uit de bewegingsinstellingen

Je kunt de bewegingszones als volgt optimaliseren: let bij het maken van de bewegingszones goed op waar mensen kunnen lopen en sluit gebieden die je niet in de gaten wilt laten uit, zoals een drukke straat of het huis van de buren.

V3_Scene2_DayB.gif

Controleer op gebieden met veel verkeer: houd bij het aanpassen rekening met gebieden waar veel beweging is, zoals drukke straten. Krijg je te veel meldingen, dan moet je misschien de bewegingszones aanpassen zodat deze gebieden erbuiten vallen.

Maak jezelf vertrouwd met de bewegingsinstellingen in de Ring-app: naast de bewegingszones zijn er nog twee andere manieren om het aantal bewegingsmeldingen dat je ontvangt aan te passen. Die vind je hieronder.

  • Planning van bewegingsdetectie: met een bewegingsschema kun je perioden inplannen waarop het Ring-apparaat geen bewegingsmeldingen moet sturen om te voorkomen dat je meldingen krijgt van bewegingen die op gezette tijden voorkomen. Als je bijvoorbeeld weet dat het vuilnis op dinsdag tussen 7.30 en 7.45 uur wordt opgehaald, kun je inplannen dat je in die periode geen bewegingsmelding ontvangt.
    • Als er een bewegingsschema actief is, kun je de bewegingsmeldingen niet inschakelen op het moment dat de bewegingsmeldingen volgens de planning zijn uitgeschakeld. Als je de bewegingsmeldingen toch wilt inschakelen, moet je het bewegingsschema uitschakelen.
    • Als je een bewegingsschema maakt, ontvang je in die periode geen bewegingsmeldingen. Het Ring-apparaat maakt echter nog wel opnamen.
  • Bewegingsgevoeligheid: met deze schuifregelaar voor bewegingsgevoeligheid kun je het gebied dat het apparaat bestrijkt, nauwkeurig afstellen om een bewegingsgebeurtenis te activeren.

    De bewegingsgevoeligheid aanpassen:

    • Tik op de drie lijntjes linksboven in het scherm
    • Tik op Apparaten
    • Tik op het apparaat dat je wilt weergeven
    • Tik op Bewegingsinstellingen
    • Tik op Bewegingsgevoeligheid
    • Pas de Bewegingsgevoeligheid aan
    • Klik vervolgens rechtsboven op Opslaan

 

Was dit artikel nuttig?

×

 

 



Send Feedback
disabled_new Hallo buurman, chat is beschikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur MET.